Het naakt is zoals u allen weet

een geliefkoosd thema in de diverse disciplines die de beeldtaal kent.

Toch hanteert Filip Bisschop het naakt

op een verrassende, persoonlijke en tevens aantrekkelijke manier.

Hij bezit duidelijk de vrij uitzonderlijke gave

om in enkele gevoelige lijnen

het complexe van een menselijk lichaam te vatten,

zijn sierlijkheid en zijn sensualiteit te bewaren en te sublimeren.

In wat hij omschrijft als schetsen en tekeningen,

friezen en labyrinten

verschijnt in prille lijnen een vrouwelijk naakt

in diverse houdingen

die telkens perfect zijn weergegeven

en daarnaast een etherische sensualiteit bezitten.

 

Het naakt wordt hier een motief, een trilling,

een teken,

een rimpeling als het ware op het witte water van het papier,

een rimpeling die zich herhaalt in een horizontale ritmiek,

in friezen waarin het beeld van het vrouwelijke naakt

een soort schriftuur geworden is.

Filip omschrijft  zijn naakten als figuren.

Het zijn inderdaad tekens die niets met anekdotiek te maken hebben

noch met een concrete identiteit.

 

Zijn naakten overstijgen duidelijk alle concrete referenties

 en zijn als het ware letters in een woord, woorden in een zin,

sjablonen die op diverse manieren kunnen worden ingezet,

fragmenten van een groter geheel

die echter hun subtiel lijnenspel bewaren

en grafisch element of onderdeel zijn geworden

zonder hun eigenheid prijs te geven.

In zijn afzonderlijke tekeningen van een enkel geïsoleerd naakt

blijkt duidelijk hoezeer het abstraheren

de sensibiliteit en de sensualiteit van het afgebeelde niet schaadt

maar van een alom bekend gegeven

een unieke beeldende ervaring maakt

die boven traditionele verworvenheden uitstijgt.

                                                                                                           Oostende 2014

                                                                                                    Hugo Brutin (a.i.c.a.)

​​Dames en heren, geachte genodigden,

 

We zijn hier vanavond allemaal samen om de vernissage te vieren van Filip Bisschop’s nieuwe tentoonstelling in deze mooie onthaalruimtes van het Ieperse Heilig Hart Ziekenhuis. We worden daarbij omgeven door schetsen, friezen en labyrinten die zich presenteren als een antropomorfe calligrafie waarin immers de menselijke figuur in zijn menigvuldige aspecten en gedaanten centraal staat. Het is een wervelende wereld van vaak vrouwelijke vormen, een web van bochten en bogen, een kluwen van klare en heldere lijnen die als gevoelige snaren in het vele wit liggen te trillen. Nu eens zien we de etherische dansen van heupen, borsten, dijen en billen, dan weer de vloeiende elegantie van vioolvormige ruggen of het soepele spel van krullende lippen. Het is een beweeglijke symfonie van ogen, monden, neuzen en gezichten maar dan niet zoals we ze zien met onze retina of ons netvlies, maar als het ware met onze mind’s eye. Bedoeld wordt het oog van de geest of het oog van het Ik, met de Engelse hoofdletter I, voor de gelegenheid zonder puntje.

 

Het werk van Bisschop heeft iets klassiek of iets van muziek. Zijn friezen verwijzen naar de bouwkunst en bas-reliëfs uit de Antieke Oudheid. Vanop afstand bekeken lijken ze dooraderd als Carrara marmer. Of ze dragen de grillige signatuur van een muziekpartituur die in variaties op het thema talloze registers van harmonieën en akkoorden open trekt. Gelaatstrekken en lichaamsvormen ontpoppen zich bij Filip Bisschop tot een beeldend alfabet aan de hand waarvan hij naar hartenlust droedelt en schrijft. Tegelijk uit de losse pols en trefzeker zet hij zoals Jean Cocteau of Picasso in één adem zijn pennentrek op papier. Zijn schriftuur doet beurtelings denken aan de logogrammen van Christian Dotremont, de mysterieuze tekens van Henri Michaux of de lyrische abstractie van Pierre Alechinsky.

 

Zijn het allemaal andere mensen, vrouwen, gezichten? Of is het steeds dezelfde archetypische figuur in wisselende gedaante met steeds nieuwe pose die toont haar altijd andere facetten? Filip Bisschop speelt met gelijkheid en verschil, laveert tussen identiteit en alteriteit, het vertrouwde en het vreemde, figuratie en abstractie. Hoe grilliger en wispelturiger of minder gestructureerd de voorstellingen worden des te meer wordt de kijker bedwelmd door de beelden en uitgenodigd tot verbeelding.

 

Terwijl zijn werk al lang kan gelezen worden als een langgerekt eerbetoon aan het vrouwelijke, koos hij voor deze tentoonstelling een beroemde en vaak geciteerde uitspraak van de toen 16 jarige Arthur Rimbaud. De beeldenstormende poëzie die deze Franse dichter schreef in zijn wilde en gedrogeerde tienerjaren in Parijs, Londen en Brussel inspireerde van Marcel Proust tot Jim Morrison en van Bob Dylan tot Patti Smith. Hoe graag vergaten en vergaven ze dat hij de rest van zijn kort volwassen leven sleet als cynische en verbitterde- koffie en wapenhandelaar in koloniaal Oost-Afrika. Van je est un autre gesproken!

 

Met zijn uitspraak bedoelde Rimbaud dat hij geen kunst maakte maar dat kunst zich slechts in hem openbaarde. Alsof hout het kan helpen dat het in een viool verandert! Het is volgens Rimbaud ook niet je pense maar on me pense. Of zoals zijn tijdgenoot Friedrich Nietzsche zegt : Es denkt in mir.

Door anderen is allengs diepere betekenis aan zijn woorden toegekend. Wat is immers jezelf zijn ? Er is in iedere mens een kloof. Niet alleen tussen ik en ander maar ook met het ik als ander. Deze thematiek wordt uitgewerkt in de grote moderne literaire en filosofische stromingen, zoals bij Jacqus Derrida, Roland Barthes en Gilles Deleuze.

 

In een psychiatrisch ziekenhuis kan ik me enkele woorden over psychoanalyse permitteren. Voor haar is ons innerlijk iets anders en vreemd. Dit is gevolg van het bestaan van het onbewuste, de veelvuldige en tegenstrijdige aard van het ik, de complexe processen waarmee dit ik zich van kleinsaf vormt in identificatie met eerst ouders of ouderen en dan leeftijdgenoten of idolen. Ik ga er even op in.

 

Zo kan het onbewuste gedefinieerd worden als een andere plaats in ons, waar we storende gedachten of verlangens situeren die anders ons zelfbeeld of het beeld dat anderen van ons hebben zouden verstoren. Misschien zijn het uitgerekend onze meest ware of authentieke aspecten die we daar voor anderen en onszelf verborgen houden? Wel komen ze willens nillens op vermomde wijze tot uiting in onze dromen, onze vergissingen, ons gedoe of onze symptomen. Het zijn alle verschijnselen die met behulp van de zo typische duiding laag per laag of stap voor stap, zoals het schillen van een ajuin begrijpelijk kunnen worden gemaakt.

 

Ons ware zelf komt slechts uitzonderlijk tot uiting. Het merendeel van de tijd wandelen we van het ene naar het andere zelfbeeld, vertellen we onszelf en anderen verhaaltjes over wie we zijn of zouden willen zijn. We zijn bovendien ook proteisch. We hebben allemaal al naargelang de omstandigheden verschillende gezichten. Ons ik en onze identiteit is een collage of assemblage van dat of van die van anderen. Een Ik hebben komt er paradoxaal dan ook op neer dat we dat van de ander in ons opnemen.

 

De titel van deze tentoonstelling verwijst naar dergelijke betekenissen. De werken van Filip Bisschop doen mij echter ook denken aan een van de laatste figuren van de Antieke Oudheid. Hij was nog niet beïnvloed door Joods-Christelijke ideeën, maar oefende er als spirituele neoplatonist grote invloed op uit. Ik doel op Plotinus, die leefde in de derde eeuw na Christus. Hij sprak Grieks, groeide op in Egypte en woonde in Rome. Hij is filosoof van het zien. Welteverstaan het zien met het oog van de geest, namelijk in uitzonderlijke Eureka momenten van inzicht, waarbij tijd de eeuwigheid raakt.

 

Plotinus’ universum varieert op identiteit en eenheid. Het vele heeft voor hem zijn oorsprong in het Ene. Het Ene is een eerste principe. Vergelijk het met een ondeelbaar punt. Het is als de zon in Plato’s allegorie van de grot: bron van zin, van zijn en van leven. Alles straalt vanuit dit centrum. Let wel: van een spirituele en niet van een fysieke ruimte. De cirkels die zich van daaruit vormen zijn de wereld van veelvuldige vormen, van het intellect, van deugden of van waarheden (bijvoorbeeld de wiskundige). Daarrond vormt zich de holle kristallen bol van de ziel. En nu komt het.

Aan de buitenkant van deze laatste sfeer bevinden zich allemaal gezichten. Ze kijken slechts naar de buitenwereld en zien elk vanuit hun eigen perspectief een ander stuk van de externe werkelijkheid. Deze kenmerkt zich door duisternis, lijden en sterfelijkheid. We denken dat we allemaal anders zijn maar dat is een illusie.

 

Pas als we naar binnen kijken zien we de spirituele wereld. We hebben er een gemeenschappelijke binnenkant: de wereld van de geest. Ons lichaam is niet onze reële identiteit. Onze diepe innerlijke eenheid is geestelijk van aard. In ons binnenste zijn we allemaal deelachtig aan god met wie we ons trachten te herverbinden.

 

Ziedaar tot slot wat meer esoterische associaties bij de lichamen en gezichten van Filip Bisschop. Of gewoon wat geschiedenis die ik wou vertellen. Sint Augustinus werd twee eeuwen na Plotinus een van diens grootste Christelijke volgelingen. Hij is meest bekend als auteur van de eerste introspectieve autobiografie met als titel Confessiones of Belijdenissen.

 

Sint Augustinus was nota bene, zoals Filip, ook een Bisschop. In Hippo, Algerije. Niet in Eernegem, West-Vlaanderen. Je kan alleen Sant zijn in een ander land.

MARK KINET         
Ieper, 2 februari 2017

© 2017. Filip Bisschop 

Ommegangsdreef 39, Meulebeke 8760     Tel: 0483/583845     E-mail: f.bisschop@telenet.be